Naar begin > VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN > LET OP INSTRUCTIES > Gebruik

Gebruik

  • Drink het uit de airconditioner afgevoerde water niet.

  • Plaats geen voorwerpen in de directe omgeving van de buitenunit en zorg ervoor dat er zich geen bladeren of ander vuil ophoopt naast de unit. Bladeren zijn een broeinest voor kleine beestjes die in de unit kunnen komen. Eens deze in de unit zitten, kunnen deze beestjes defecten, rook of brand veroorzaken als ze in contact komen met elektrische onderdelen.

  • Laat de airconditioner niet lang draaien bij een hoge luchtvochtigheid of wanneer een deur of raam openstaat.

  • Stel mensen, dieren of planten niet gedurende langere tijd bloot aan de koude of hete wind van de airconditioner.

  • Gebruik het product niet voor speciale doeleinden, zoals het conserveren van voedsel, kunstwerken, enz. De airconditioner is ontworpen voor consumentendoeleinden en is geen precisiekoelsysteem. Er bestaat gevaar voor beschadiging of verlies van eigendommen.

  • Schakel de stroomonderbreker of de stroom niet in als het frontpaneel, de kast, het bovendeksel of het deksel van de bedieningskast verwijderd zijn of zijn geopend.

  • Open het frontrooster van het product niet wanneer dit aan staat. Raak het elektrostatisch filter niet aan als de unit daarmee is uitgerust.

  • Zorg ervoor dat er geen water in het product komt.

  • Zorg ervoor dat er geen obstakels in de buurt van de buitenunit zijn. Als er dicht bij de buitenunit obstakels zijn, kunnen de prestaties van de buitenunit verminderen of kan het product meer lawaai gaan maken.

  • Schakel de stroom niet onmiddellijk uit nadat het apparaat gestopt is. Wacht altijd minstens vijf minuten voordat u de stroom uitschakelt.