U kunt de richting van de luchtstroom verticaal of horizontaal instellen.
Druk herhaaldelijk op de knop y om de richting van de luchtstroom aan te passen.
Selecteer y om de op-neer richting van de luchtstroom automatisch aan te passen.
Type A
Druk herhaaldelijk op de knop A om de richting van de luchtstroom aan te passen.
Selecteer i A om de links-rechts richting van de luchtstroom automatisch aan te passen.
Type B
Druk op de knop Functie.
Druk op de L of M toets totdat het onderstaande pictogram op het scherm knippert. Druk vervolgens op de knop Functie.
Druk op de L of M-toets om de richting van de luchtstroom aan te passen. Druk vervolgens op de knop Functie.
a UIT & b 1 & c 2 & d 3 & e 4 & f 5 & g AAN & h AAN & i AAN
Selecteer i A om de links-rechts richting van de luchtstroom automatisch aan te passen.
Als u de luchtdeflector willekeurig aanpast, kan het apparaat defect raken.
Bij het opnieuw opstarten gebruikt het apparaat de laatst ingestelde luchtstroomrichting. Het is mogelijk dat de positie van de luchtdeflector niet overeenkomt met het pictogram dat op de draadloze afstandsbediening wordt weergegeven. Wanneer dit gebeurt, past u de richting van de luchtstroom opnieuw aan.
Deze functie kan anders werken dan op het display van de draadloze afstandsbediening.