De beeldverhouding aanpassen
Instellingen BEELD Beeldverhouding
Hiermee selecteert u het scherm Beeldverhouding.
| 16:9 | Hiermee wordt de grootte van het beeld aan de breedte van het scherm aangepast. |
| Scannen | Hiermee geeft u de videobeelden weer in de oorspronkelijke grootte zonder delen aan de rand van het beeld te verwijderen.
|
| Original (Origineel) | Als uw TV een breedbeeldsignaal ontvangt, wordt de instelling van de TV automatisch aangepast aan het beeldformaat dat wordt uitgezonden. |
| Full Wide (Volledige breedte) | Als de TV een breedbeeldsignaal ontvangt, worden de beeldinstellingen in verhouding horizontaal en verticaal aangepast zodat het scherm volledig wordt gevuld. 4:3- en 14:9-video wordt ondersteund op een volledig scherm zonder videovervorming middels DTV-invoer.
|
| 4:3 | Hiermee wordt de grootte van het beeld aan de vorige standaard 4:3 aangepast. |
| 14:9 | U kunt naar het beeldformaat 14:9 of naar een gewoon TV-programma in de modus 14:9 kijken. Het 14:9-scherm wordt op dezelfde manier weergegeven als in 4:3, maar wordt verticaal weergegeven. |
| Zoom (Zoomen) | Hiermee past u de grootte van het beeld aan de breedte van het scherm aan. Mogelijk verdwijnen de boven- en onderkant van het beeld. |
| Bioscoopzoom | Kies Bioscoopzoom als u het beeld in de juiste verhoudingen wilt vergroten. |
De volgende gevallen kunnen leiden tot inbranden als u beelden van een extern apparaat bekijkt:
- een video met een vast bijschrift (bijvoorbeeld de naam van een TV-station);
- weergave gedurende langere tijd van beelden in de beeldverhouding 4:3.
Afhankelijk van het ingangssignaal kunnen beschikbare beeldformaten verschillen.
Bij HDMI -PC-invoer zijn alleen de beeldverhoudingen 4:3 en 16:9 beschikbaar.
[Voor modellen die 2160p ondersteunen] Wanneer een 2160p-signaal wordt aangeboden, of wanneer de resolutie van uw PC is ingesteld op 3840 × 2160, wordt de Beeldverhouding ingesteld op Scannen.