Neem contact op met een erkend servicecentrum wanneer u de airconditioner installeert of verplaatst.
Installeer de airconditioner niet op een onstabiele ondergrond of op een plaats waar hij kan vallen.
Installeer de unit niet in mogelijk explosieve atmosferen.
Installeer de airconditioner niet op een plaats waar ontvlambare vloeistoffen of gassen zoals benzine, propaan, verfverdunner, enz. zijn opgeslagen.
Installeer het paneel en het deksel van de schakelkast op een veilige manier.
Installeer een speciaal stopcontact en een stroomonderbreker voordat u de airconditioner gebruikt.
Gebruik een standaard stroomonderbreker en zekering die overeenkomen met de stroomsterkte van de airconditioner.
Zorg ervoor dat de leiding en het netsnoer die de binnen- en buitenunits verbinden niet te strak worden aangetrokken bij het installeren van de airconditioner.
De binnen/buitenaansluitingen van de bedrading moeten goed vastzitten en de kabel moet op de juiste manier worden geleid, zodat er geen kracht aan de kabel van de aansluitklemmen kan trekken. Onjuiste of losse verbindingen kunnen hitte opwekken of brand veroorzaken.
Sluit de aardedraad niet aan op een gasleiding, een bliksemafleider of een telefoonaardedraad.
Gebruik onbrandbaar gas (stikstof) om te controleren op lekken en om lucht te zuiveren; het gebruik van perslucht of brandbaar gas kan brand of een explosie veroorzaken.