Wanneer de koelmodus actief is, komt er koude lucht uit de luchtuitlaat.
Zet het apparaat aan.
Druk herhaaldelijk op de knop Mode om de Koelen-modus te selecteren. Het pictogram van de Koelen-modus verschijnt en het koelen begint.
U kunt de werkingsmodus controleren op het display van de binnenunit.
Druk op de knop J of K om de doeltemperatuur in te stellen.
U kunt de doeltemperatuur controleren op het display van de binnenunit.
Druk op de knop ~ of ! om de gewenste tijd in te stellen.
De ventilatorsnelheid kan worden ingesteld op 1 & 2 & 3 & 4 & 5 & Auto niveaus.
Indien ingesteld op Auto, wordt de ventilatorsnelheid automatisch aangepast.
U kunt de ventilatorsnelheid controleren op het display van de binnenunit.